Een AI-gegenereerde video van je CEO die een productlancering aankondigt. Een stemkloon van een acteur in je radiospot. Een campagnebeeld waarin een bekend gezicht in een nieuwe omgeving is geplaatst. Vanaf 2 augustus 2026 verplicht artikel 50 van de EU AI Act organisaties die dit soort content inzetten om kenbaar te maken dat die kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd. Deze labelverplichting ligt bij de deployer, dus bij de organisatie die de content publiceert, en niet alleen bij de maker van de AI-tool. In dit artikel: wanneer content onder de deepfakebepaling valt, wat je precies moet doen, en waar de uitzonderingen zitten.
Eerst de rolverdeling: markeren versus labelen
Artikel 50 kent twee verplichtingen die vaak door elkaar lopen. Providers van generatieve AI-systemen moeten hun output machineleesbaar markeren, bijvoorbeeld met C2PA-metadata of watermerken. Dat is een technische plicht aan de kant van de toolbouwer, en voor systemen die vóór 2 augustus 2026 op de markt waren geldt via de Digital Omnibus uitstel tot 2 december 2026. Deployers die deepfakes publiceren moeten daarnaast zelf kenbaar maken dat de content kunstmatig is. Die tweede plicht is niet uitgesteld en is waar dit artikel over gaat. Je kunt er als publicerende organisatie dus niet op vertrouwen dat de markering van de tool volstaat: de openbaarmaking richting je publiek is jouw verantwoordelijkheid.
Wanneer is content een deepfake in de zin van de wet?
De AI Act definieert een deepfake in artikel 3, punt 60, als door AI gegenereerd of gemanipuleerd beeld-, audio- of videomateriaal dat lijkt op bestaande personen, objecten, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen, en dat voor een persoon ten onrechte als authentiek of waarheidsgetrouw zou overkomen. Twee elementen dragen die definitie: de gelijkenis met iets bestaands en de kans op misleiding.
Dat betekent dat lang niet alle AI-content een deepfake is. Een illustratie van een niet-bestaand persoon bij een blogartikel lijkt niet op iemand die bestaat. Een duidelijk gestileerde animatie komt niet als authentiek over. Maar een fotorealistische afbeelding van een bestaand kantoorpand met meer zonnepanelen dan er liggen, een stemkloon van een herkenbare spreker of een video waarin iemand woorden in de mond worden gelegd, valt er wel onder. Twijfelgevallen zijn er genoeg, en daar geldt een praktische vuistregel: als je moet uitleggen waarom iets géén deepfake is, is labelen de eenvoudiger route.
Wat moet je precies doen?
Deployers moeten op grond van artikel 50, lid 4, kenbaar maken dat de content kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd. De wet schrijft niet voor hoe. De openbaarmaking moet wel duidelijk en onderscheidbaar zijn en uiterlijk bij de eerste blootstelling aan de content worden gedaan (artikel 50, lid 5). In de praktijk zien wij drie werkende vormen: een zichtbaar bijschrift of overlay bij beeld en video ("dit beeld is met AI gegenereerd"), een gesproken of getoonde melding aan het begin van audio en video, en een vermelding direct bij de content op de publicatiepagina. Een verwijzing diep in je algemene voorwaarden voldoet niet: de kijker moet de melding tegenkomen waar hij de content tegenkomt.
Voor AI-gegenereerde tekst geldt een aparte bepaling. Publiceer je met AI gegenereerde tekst om het publiek te informeren over zaken van algemeen belang, dan moet je dat vermelden, tenzij een mens redactionele controle heeft uitgevoerd en een persoon of organisatie redactionele verantwoordelijkheid draagt. Voor de meeste bedrijfscontent, zoals een kennisbankartikel dat door een medewerker is gereviewd en onder verantwoordelijkheid van de organisatie verschijnt, biedt die uitzondering ruimte. Voor automatisch gepubliceerde nieuwsberichten zonder menselijke controle niet.
De uitzondering voor kunst, satire en fictie
Voor content die deel uitmaakt van een duidelijk artistiek, creatief, satirisch of fictioneel werk geldt een verzachte verplichting: je moet het bestaan van de gegenereerde of gemanipuleerde content kenbaar maken op een manier die de weergave of het genot van het werk niet hindert. Een filmproductie hoeft dus geen waarschuwing door het beeld te zetten; een vermelding op een passende plek, zoals de aftiteling of de programma-informatie, volstaat. Voor marketingcontent is deze uitzondering zelden bruikbaar: een campagnevideo is geen satire, ook niet als hij grappig bedoeld is.
Veelgemaakte fouten
In de trajecten die wij begeleiden komen dezelfde misvattingen terug. De eerste: "onze AI-tool watermerkt de output al, dus wij hoeven niets". De markering door de provider en de openbaarmaking door de deployer zijn twee aparte verplichtingen; de tweede blijft van jou. De tweede misvatting: "wij noemen AI-gebruik in ons privacystatement". De melding moet bij de content staan, niet in een document dat niemand naast de video legt. De derde: alleen de marketingafdeling meenemen. Ook HR (wervingsvideo's), interne communicatie (een gegenereerde boodschap van de directie) en sales (gepersonaliseerde videopitches) publiceren synthetische media, vaak zonder dat compliance het weet.
Praktische borging
De labelplicht is goed te borgen zonder zware processen. Begin met een inventarisatie van waar in de organisatie synthetische media worden gemaakt en gepubliceerd, inclusief de tools die daarvoor worden gebruikt. Stel per contenttype een standaardlabel vast, zodat makers niet per uiting hoeven te improviseren. Neem het label op in de bestaande contentreview, op dezelfde plek waar nu op merkrichtlijnen en rechten wordt gecontroleerd. En leg vast wat is gepubliceerd met welk label, zodat je bij vragen kunt laten zien hoe je de verplichting invult. Organisaties met een ISO 42001-managementsysteem hangen dit op aan hun AI-inventarisatie en gebruiksbeleid; de interne audit controleert dan periodiek of de labels in de praktijk worden toegepast.
Toezicht en boetes
Op schending van de transparantieverplichtingen staat op grond van artikel 99, lid 4, onder g, een boete tot 15 miljoen euro of 3% van de wereldwijde jaaromzet, waarbij het hoogste bedrag geldt. Voor mkb-bedrijven, waaronder startups, geldt op grond van artikel 99, lid 6, juist het laagste van beide bedragen. Handhaving ligt bij de nationale markttoezichtautoriteiten. Naast het boeterisico weegt het reputatierisico zwaar: een niet-gelabelde deepfake die viraal gaat, is een groter probleem dan de boete die er eventueel op volgt. De verplichting is per 2 augustus 2026 van kracht. Wie nu zijn contentprocessen doorloopt, heeft het geregeld voor het speelt.
Bron: dit artikel is gebaseerd op Verordening (EU) 2024/1689 (de AI-verordening), met name artikel 3, punt 60, artikel 50, leden 2, 4 en 5, en artikel 99, lid 4, onder g. De volledige wettekst is te raadplegen via https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj
Veelgestelde vragen
Wanneer is AI-content een deepfake volgens de EU AI Act?+
Als het door AI gegenereerd of gemanipuleerd beeld-, audio- of videomateriaal is dat lijkt op bestaande personen, objecten, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen, en voor een persoon ten onrechte als authentiek zou overkomen. Een illustratie van een niet-bestaand persoon valt er niet onder; een stemkloon van een herkenbare spreker wel.
Wie moet een deepfake labelen: de maker van de AI-tool of de publicerende organisatie?+
Allebei, maar met verschillende verplichtingen. De provider van het generatieve systeem moet de output machineleesbaar markeren. De deployer die de content publiceert moet daarnaast zelf kenbaar maken dat die kunstmatig is. Die tweede plicht kun je niet afschuiven op de tool.
Is de labelverplichting voor deepfakes uitgesteld via de Digital Omnibus?+
Nee. Het uitstel tot 2 december 2026 geldt alleen voor de machineleesbare markeringsplicht van providers, en alleen voor systemen die vóór 2 augustus 2026 op de markt waren. De openbaarmakingsplicht van deployers geldt gewoon vanaf 2 augustus 2026.
Moet AI-gegenereerde tekst ook worden gelabeld?+
Alleen als die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over zaken van algemeen belang, en er geen menselijke redactionele controle met redactionele verantwoordelijkheid is. Een door een medewerker gereviewd artikel dat onder verantwoordelijkheid van de organisatie verschijnt, valt buiten de meldplicht.
Hoe moet het label eruitzien?+
De wet schrijft geen vorm voor, wel dat de openbaarmaking duidelijk moet zijn en uiterlijk bij de eerste blootstelling gebeurt. Werkbare vormen zijn een bijschrift of overlay bij beeld, een melding aan het begin van audio of video, en een vermelding direct bij de content. Een zin in de algemene voorwaarden voldoet niet.
Lees ook
In mei 2026 bereikten de EU-instellingen een akkoord over de Digital Omnibus, het eerste wijzigingspakket op de EU AI Act sinds de invoering. De verplichtingen voor hoog-risico AI-systemen schuiven op naar december 2027 en augustus 2028. Wat verandert er, wat blijft staan, en waarom is uitstel geen reden om stil te zitten?
De AI-verordening (EU AI Act) treedt augustus 2026 volledig in werking voor hoog-risico AI-systemen. Hoe classificeer je jouw AI-systemen, wat zijn de verplichtingen en hoe bereid je de conformiteitsbeoordeling voor? Een praktische gids met boetes tot 35 miljoen euro.
De EU AI Act is van kracht en ISO 42001 biedt het managementsysteem om eraan te voldoen. Maar hoe verhouden ze zich tot elkaar? En waar zitten de hiaten?
Hulp nodig bij compliance?
Moet u voldoen aan ISO 27001, ISO 42001, NEN 7510, NIS2 of DORA, of heeft u een SOC 2-rapport nodig? Wij begeleiden u door het hele traject: van gap-analyse tot implementatie.
Bekijk Compliance ServicesOver de auteur
Partner | IT-auditor