In vrijwel elke presentatie over de EU AI Act duikt dezelfde slide op: boetes tot 35 miljoen euro of 7% van de wereldwijde jaaromzet. Dat cijfer klopt, maar het is het plafond van één categorie, voor één type overtreding. Wie wil weten wat zijn organisatie werkelijk riskeert, moet naar de opbouw van artikel 99 kijken: drie boetecategorieën, een aparte regel voor het MKB, een lijst factoren die de hoogte bepalen en een verdeling van de handhaving over nationale toezichthouders en de Europese Commissie. Dit artikel zet dat op een rij, met de stand van augustus 2026.
De drie boetecategorieën van artikel 99
Artikel 99 verdeelt overtredingen in drie categorieën, elk met een eigen plafond. De zwaarste categorie (lid 3) betreft de verboden AI-praktijken uit artikel 5, zoals social scoring, manipulatieve systemen en de verboden vormen van biometrie. Daarop staat een boete tot 35 miljoen euro of, voor ondernemingen, tot 7% van de totale wereldwijde jaaromzet van het voorgaande boekjaar, waarbij het hoogste bedrag geldt.
De middencategorie (lid 4) dekt de meeste andere verplichtingen. Het gaat om de verplichtingen van aanbieders van hoog-risicosystemen (artikel 16), gemachtigden (artikel 22), importeurs (artikel 23), distributeurs (artikel 24) en gebruiksverantwoordelijken (artikel 26), om de eisen aan aangemelde instanties en om de transparantieverplichtingen uit artikel 50. Plafond: 15 miljoen euro of 3% van de wereldwijde jaaromzet, wederom het hoogste van de twee.
De derde categorie (lid 5) is de minst bekende: het verstrekken van onjuiste, onvolledige of misleidende informatie aan aangemelde instanties of nationale autoriteiten. Daarop staat tot 7,5 miljoen euro of 1% van de omzet. Voor de auditpraktijk is dit een belangrijke: wie bij een informatieverzoek van een toezichthouder te rooskleurig rapporteert, creëert daarmee een zelfstandige boetegrond.
De MKB-regel: laagste in plaats van hoogste
Voor grote ondernemingen geldt steeds het hoogste van de twee plafonds. Voor MKB-bedrijven en startups draait lid 6 dat om: daar geldt per boete het laagste van het vaste bedrag en het omzetpercentage. Een startup met twee miljoen euro omzet kijkt bij een overtreding in de middencategorie dus tegen een plafond van 3% van die omzet aan, niet tegen 15 miljoen euro. De verordening zegt bovendien expliciet dat sancties rekening moeten houden met de belangen en de economische levensvatbaarheid van het MKB.
Daarbij past een kanttekening: dit zijn maxima, geen tarieven. Niets in artikel 99 verplicht een toezichthouder om bij elke overtreding het plafond op te zoeken. Lidstaten mogen naast boetes ook waarschuwingen en niet-financiële maatregelen inzetten, en dat zal in de beginjaren vermoedelijk het gangbare beeld zijn.
Welke factoren de hoogte bepalen
Lid 7 geeft de lijst omstandigheden die meewegen bij de vraag of er een boete komt en hoe hoog die wordt. De aard, ernst en duur van de overtreding staan voorop, inclusief het doel van het AI-systeem en het aantal getroffen personen en de schade die zij leden. Daarnaast wegen mee: eerdere boetes voor dezelfde of samenhangende overtredingen, de omvang en het marktaandeel van de overtreder, behaald financieel voordeel, de mate van medewerking met de autoriteiten, de getroffen technische en organisatorische maatregelen, de manier waarop de overtreding bekend werd (waaronder eigen melding), en of er sprake was van opzet of nalatigheid.
Voor de praktijk is die lijst goed nieuws voor organisaties die hun governance op orde hebben. Wie kan aantonen dat er een werkend AI-managementsysteem staat, dat incidenten zelf zijn gemeld en dat er is meegewerkt aan het onderzoek, heeft bij elk van die factoren iets te laten zien. Dat is ook precies de rol die een ISO 42001-certificering in dit verhaal speelt: geen vrijwaring, wel aantoonbare zorgvuldigheid.
Wie handhaaft: lidstaten en Commissie
De handhaving is verdeeld. Voor AI-systemen ligt zij bij de lidstaten: die moeten op grond van artikel 99 lid 1 zelf de sanctieregels vaststellen en op grond van artikel 70 nationale bevoegde autoriteiten aanwijzen. In Nederland loopt dat via nationale uitvoeringswetgeving; in de voorbereiding daarvan is een coördinerende rol voorzien voor de Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, met sectorale toezichthouders voor hun eigen domeinen. Afhankelijk van het rechtsstelsel van de lidstaat kunnen boetes door een toezichthouder of door de rechter worden opgelegd (lid 9), en elke lidstaat bepaalt zelf in hoeverre overheidsorganen beboet kunnen worden (lid 8).
Voor aanbieders van general-purpose AI-modellen ligt de handhaving niet bij de lidstaten maar bij de Europese Commissie, in de praktijk het AI Office. Artikel 101 geeft de Commissie de bevoegdheid om die aanbieders boetes op te leggen tot 3% van de wereldwijde jaaromzet of 15 miljoen euro, het hoogste van de twee.
Wat er in augustus 2026 handhaafbaar is
Het boetehoofdstuk is formeel van toepassing sinds 2 augustus 2025, met uitzondering van artikel 101. Maar een boete vereist een overtreding, en dus een verplichting die al geldt. Dat levert het volgende beeld op. Het verbod op bepaalde AI-praktijken geldt sinds februari 2025 en is daarmee de eerste reële boetegrond, meteen in de zwaarste categorie. De GPAI-verplichtingen gelden sinds augustus 2025. De transparantieverplichtingen van artikel 50 en de AI-geletterdheidsplicht zijn sinds augustus 2026 handhaafbaar. De hoog-risicoverplichtingen, inclusief de deployerverplichtingen van artikel 26, volgen door de Digital Omnibus pas op 2 december 2027 (Annex III) en 2 augustus 2028 (Annex I).
Voor de meeste Nederlandse organisaties betekent dit: het boeterisico van dit moment zit niet bij de hoog-risico-eisen, maar bij de vraag of ergens in de organisatie een verboden praktijk plaatsvindt, of chatbots en AI-content netjes worden gemarkeerd conform artikel 50, en of het personeel voldoende AI-geletterd is.
Wat je nu kunt doen
De basis is dezelfde als bij elke toezichtsvraag: weet wat je hebt en in welke rol. Een actuele AI-inventaris met per systeem de risicoclassificatie en je eigen rol (aanbieder of gebruiksverantwoordelijke) is het startpunt; onze zelfassessment op /ai-act-check helpt daarbij. Richt daarnaast de aantoonbaarheid in: beleid, toezicht en vastlegging, bijvoorbeeld langs de structuur van ISO 42001. En behandel informatieverzoeken van toezichthouders met dezelfde zorgvuldigheid als een auditverzoek, want onjuist of onvolledig antwoorden is onder lid 5 een zelfstandige overtreding.
Bron: Verordening (EU) 2024/1689 (AI Act), artikel 99, geraadpleegd via EUR-Lex: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj
Veelgestelde vragen
Hoe hoog kunnen de boetes onder de EU AI Act worden?+
Artikel 99 kent drie categorieën. Overtreding van de verboden AI-praktijken uit artikel 5: tot 35 miljoen euro of 7% van de wereldwijde jaaromzet, het hoogste van de twee. Schending van verplichtingen als aanbieder, gebruiksverantwoordelijke, importeur, distributeur of aangemelde instantie: tot 15 miljoen euro of 3%. Onjuiste of misleidende informatie aan autoriteiten: tot 7,5 miljoen euro of 1%.
Gelden de boetes ook voor organisaties die AI alleen gebruiken?+
Ja. Artikel 99 lid 4 noemt de verplichtingen van gebruiksverantwoordelijken (deployers) uit artikel 26 expliciet als boetegrond, naast die van aanbieders, importeurs en distributeurs. Ook de transparantieverplichtingen uit artikel 50 vallen in deze categorie.
Geldt er een aparte regel voor het MKB?+
Ja. Voor MKB-bedrijven en startups geldt per boete het laagste van de twee plafonds: het vaste bedrag of het omzetpercentage. Voor grote ondernemingen geldt juist het hoogste van de twee.
Sinds wanneer kan er beboet worden?+
Het boetehoofdstuk is van toepassing sinds 2 augustus 2025, met uitzondering van artikel 101 over GPAI-modellen. Beboet kan alleen worden voor verplichtingen die zelf al gelden: het verbod uit artikel 5 sinds februari 2025, de GPAI-verplichtingen sinds augustus 2025 en de transparantieverplichtingen uit artikel 50 sinds augustus 2026. De hoog-risicoverplichtingen volgen na de Digital Omnibus pas eind 2027 en medio 2028.
Wie legt de boetes op?+
Voor AI-systemen: de nationale markttoezichtautoriteiten van de lidstaten, in Nederland belegd via de uitvoeringswetgeving die de toezichthouders aanwijst. Voor aanbieders van GPAI-modellen ligt de handhaving bij de Europese Commissie, via het AI Office, op grond van artikel 101.
Lees ook
De AI-verordening (EU AI Act) treedt augustus 2026 volledig in werking voor hoog-risico AI-systemen. Hoe classificeer je jouw AI-systemen, wat zijn de verplichtingen en hoe bereid je de conformiteitsbeoordeling voor? Een praktische gids met boetes tot 35 miljoen euro.
In mei 2026 bereikten de EU-instellingen een akkoord over de Digital Omnibus, het eerste wijzigingspakket op de EU AI Act sinds de invoering. De verplichtingen voor hoog-risico AI-systemen schuiven op naar december 2027 en augustus 2028. Wat verandert er, wat blijft staan, en waarom is uitstel geen reden om stil te zitten?
Sinds 2 februari 2025 verplicht artikel 4 van de EU AI Act elke organisatie die AI inzet om te zorgen voor voldoende AI-geletterdheid bij haar personeel. Het is de eerste concrete verplichting die al van kracht is, en het raakt vrijwel iedere organisatie. Wat houdt de eis precies in en hoe geef je er invulling aan?
Hulp nodig bij compliance?
Moet u voldoen aan ISO 27001, ISO 42001, NEN 7510, NIS2 of DORA, of heeft u een SOC 2-rapport nodig? Wij begeleiden u door het hele traject: van gap-analyse tot implementatie.
Bekijk Compliance ServicesOver de auteur
Partner | IT-auditor