Artikel 26 EU AI Act: de verplichtingen voor deployers van hoog-risico AI op een rij

Compliance9 min leestijd
K

Kees van der Vlies

Partner | IT-auditor

Also available in:English

Bij de EU AI Act gaat de aandacht vaak naar de aanbieders: de partijen die AI-systemen ontwikkelen en op de markt brengen. Maar de meeste organisaties bouwen geen AI, ze gebruiken het. Wie een hoog-risico AI-systeem inzet voor bijvoorbeeld werving, kredietbeoordeling of toegang tot publieke diensten, is in de terminologie van de verordening een gebruiksverantwoordelijke (deployer) en krijgt met artikel 26 te maken. Dat artikel bevat een eigen lijst verplichtingen, los van wat de aanbieder moet doen. In dit artikel lopen we de leden van artikel 26 langs en vertalen we ze naar wat je er organisatorisch voor moet regelen.

Wie is deployer?

Een deployer is een organisatie die een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt in een professionele context. De Nederlandse vertaling van de verordening spreekt van gebruiksverantwoordelijke. Het onderscheid met de aanbieder is bepalend voor welke verplichtingen gelden: de aanbieder moet zorgen dat het systeem aan de producteisen voldoet, de deployer moet zorgen dat het verantwoord wordt gebruikt. Let wel: wie een ingekocht systeem onder eigen naam aanbiedt of het wezenlijk wijzigt, kan zelf aanbieder worden, met het bijbehorende zwaardere regime uit artikel 16 en verder.

Artikel 26 geldt alleen voor hoog-risico AI-systemen: de systemen uit Annex III (zoals AI voor werving en selectie, kredietscoring en biometrische identificatie) en AI die als veiligheidscomponent in gereguleerde producten zit (Annex I). Voor de vraag of jouw toepassing daaronder valt, verwijzen we naar ons artikel over risicoclassificatie en naar de zelfassessment op /ai-act-check.

De verplichtingen per lid

Gebruik volgens de gebruiksaanwijzing (lid 1). De deployer moet passende technische en organisatorische maatregelen treffen om het systeem te gebruiken volgens de gebruiksaanwijzing van de aanbieder. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het betekent wel dat iemand die gebruiksaanwijzing moet hebben gelezen, vertaald naar werkinstructies en belegd bij de teams die met het systeem werken.

Menselijk toezicht door competente mensen (lid 2). Het toezicht op het systeem moet worden opgedragen aan natuurlijke personen met de nodige competentie, opleiding en autoriteit, en met de nodige ondersteuning. Autoriteit is hier een sleutelwoord: de toezichthouder moet kunnen ingrijpen, niet alleen meekijken. Een functionaris die afwijkende output ziet maar geen mandaat heeft om het systeem stil te zetten, vult deze eis niet in.

Relevante en representatieve inputdata (lid 4). Voor zover de deployer controle heeft over de inputdata, moet die data relevant en voldoende representatief zijn voor het beoogde doel van het systeem. Wie een extern wervingssysteem voedt met eigen vacature- en kandidaatgegevens, is dus zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van die gegevens.

Monitoren, opschorten en melden (lid 5). De deployer moet de werking van het systeem monitoren op basis van de gebruiksaanwijzing. Ontstaat het vermoeden dat het gebruik volgens de instructies toch een risico oplevert in de zin van artikel 79 lid 1, dan moet de deployer zonder onnodige vertraging de aanbieder of distributeur en de markttoezichthouder informeren en het gebruik opschorten. Bij een ernstig incident geldt een meldketen: eerst de aanbieder, daarna de importeur of distributeur en de markttoezichtautoriteiten. Voor financiële instellingen die al onder interne-governance-eisen uit het financieel recht vallen, geldt de monitoringplicht als vervuld via die bestaande regels.

Logs bewaren (lid 6). Logs die het systeem automatisch genereert moeten, voor zover ze onder controle van de deployer staan, worden bewaard voor een periode die past bij het beoogde doel, met een minimum van zes maanden, tenzij ander Unierecht of nationaal recht iets anders bepaalt, in het bijzonder het gegevensbeschermingsrecht.

Werknemers informeren (lid 7). Zet je als werkgever een hoog-risico AI-systeem in op de werkvloer, dan moet je vóór ingebruikname de werknemersvertegenwoordigers en de betrokken werknemers informeren dat zij aan het gebruik van het systeem worden onderworpen. Denk aan AI die sollicitaties voorsorteert of prestaties monitort. De ondernemingsraad hoort dit dus niet achteraf te vernemen.

Registratieplicht voor overheden (lid 8). Overheidsinstanties en EU-organen die een hoog-risico systeem inzetten, moeten voldoen aan de registratieverplichtingen van artikel 49. Blijkt het systeem niet geregistreerd in de EU-databank, dan mogen zij het niet gebruiken en moeten zij de aanbieder of distributeur informeren.

Koppeling met de DPIA (lid 9). Waar een gegevensbeschermingseffectbeoordeling onder artikel 35 AVG verplicht is, moet de deployer daarvoor de informatie gebruiken die de aanbieder onder artikel 13 van de AI-verordening moet leveren. De technische documentatie van de aanbieder en je eigen DPIA zijn dus geen gescheiden werelden.

Betrokkenen informeren (lid 11). Deployers van Annex III-systemen die beslissingen over natuurlijke personen nemen of daarbij helpen, moeten die personen informeren dat het hoog-risicosysteem op hen wordt toegepast. Dit staat los van de algemene transparantieverplichtingen van artikel 50.

Meewerken met autoriteiten (lid 12). De deployer moet meewerken aan acties die bevoegde autoriteiten ondernemen rond het systeem. Lid 10 bevat daarnaast een specifiek regime voor biometrische identificatie achteraf in de opsporing, inclusief een machtigingsvereiste; dat is vooral relevant voor politie en justitie.

Wat dit operationeel betekent

De rode draad: artikel 26 veronderstelt dat je weet welke AI je gebruikt en dat er iemand verantwoordelijk is. Praktisch begint dat bij een AI-inventarisatie en een risicoclassificatie per systeem. Voor de systemen die als hoog-risico kwalificeren volgt daaruit een kort rijtje inrichtingsvragen. Hebben we de gebruiksaanwijzing en artikel 13-informatie van de leverancier ontvangen en verwerkt in werkinstructies? Wie houdt toezicht, en heeft die persoon mandaat en training? Waar staan de logs, wie beheert ze en is de bewaartermijn geregeld? Is er een route om bij signalen het gebruik op te schorten en de aanbieder en toezichthouder te informeren? En zijn ondernemingsraad, medewerkers en betrokkenen geïnformeerd waar dat moet?

Wie een AI-managementsysteem volgens ISO 42001 voert, herkent vrijwel al deze elementen: de AI-inventarisatie, menselijk toezicht, logging en monitoring en leveranciersinformatie hebben daar een vaste plek. Het AIMS is daarmee een logisch vehikel om artikel 26 aantoonbaar in te vullen.

Vanaf wanneer geldt dit?

De oorspronkelijke toepassingsdatum voor de hoog-risicoverplichtingen was 2 augustus 2026. Via het Digital Omnibus-pakket, in juni 2026 definitief goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad, zijn die data verschoven: de verplichtingen voor Annex III-systemen gaan gelden op 2 december 2027, die voor Annex I-systemen op 2 augustus 2028. Uitstel is geen afstel, en sommige onderdelen vragen maanden voorbereiding: leverancierscontracten aanpassen, toezichtrollen beleggen en trainen, logging inregelen. Voor overheidsorganen en bepaalde andere deployers komt daar de fundamental rights impact assessment van artikel 27 bij; daarover schreven we een apart artikel. Wie de basis nu legt, hoeft eind 2027 alleen nog te toetsen of alles staat.

Overtreding van de deployerverplichtingen uit artikel 26 kan een boete opleveren tot 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet (artikel 99 lid 4). Wil je weten waar jouw organisatie staat? Doe de zelfassessment op /ai-act-check of neem contact op.

Bron: Verordening (EU) 2024/1689 (AI-verordening), artikel 26, via EUR-Lex: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj. De nieuwe toepassingsdata volgen uit de Digital Omnibus-wijziging, definitief goedgekeurd in juni 2026.

Veelgestelde vragen

Wat is een deployer (gebruiksverantwoordelijke)?+

Een organisatie die een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt in een professionele context. De aanbieder ontwikkelt het systeem en brengt het op de markt; de deployer gebruikt het. Wie een ingekocht systeem onder eigen naam aanbiedt of wezenlijk wijzigt, kan zelf aanbieder worden.

Vanaf wanneer geldt artikel 26?+

De oorspronkelijke datum was 2 augustus 2026. Na de Digital Omnibus-wijziging van juni 2026 gelden de hoog-risicoverplichtingen voor Annex III-systemen vanaf 2 december 2027 en voor Annex I-systemen vanaf 2 augustus 2028.

Hoe lang moeten we logs bewaren?+

De logs die het systeem automatisch genereert en die onder jouw controle staan, bewaar je voor een periode die past bij het doel van het systeem, met een minimum van zes maanden. Ander Unierecht of nationaal recht, zoals de AVG, kan tot een andere termijn leiden.

Moeten we onze medewerkers informeren als we hoog-risico AI op de werkvloer inzetten?+

Ja. Vóór ingebruikname moet je de werknemersvertegenwoordigers en de betrokken werknemers informeren dat zij aan het gebruik van het systeem worden onderworpen (artikel 26 lid 7).

Wat moeten we doen als het systeem een risico blijkt op te leveren?+

Bij een vermoeden dat gebruik volgens de instructies een risico oplevert in de zin van artikel 79 lid 1: zonder onnodige vertraging de aanbieder of distributeur en de markttoezichthouder informeren en het gebruik opschorten. Bij een ernstig incident meld je eerst bij de aanbieder en daarna bij de importeur of distributeur en de markttoezichtautoriteiten.

Hulp nodig bij compliance?

Moet u voldoen aan ISO 27001, ISO 42001, NEN 7510, NIS2 of DORA, of heeft u een SOC 2-rapport nodig? Wij begeleiden u door het hele traject: van gap-analyse tot implementatie.

Bekijk Compliance Services

Over de auteur

K
Kees van der Vlies

Partner | IT-auditor

Terug naar kennisbank

Heb je een vraag?

Neem contact met ons op voor advies over IT-audit, compliance en informatiebeveiliging.

Contact opnemen